Blog2Blog Maak je eigen Blog2Blog | Gratis je eigen blog c.q weblog op internet
Naomi schrijft...

Naomi schrijft...

6/6/2009 - Brief aan nummer 149

Geachte onderbuurvrouw,

je kan NIET zingen! Nu niet en nooit niet. Je aria's lijken wel op zwangere speenvarkens die, gekweld door een buitenbaarmoederlijke bevalling, uit alle macht hun laatste ademtocht proberen uit te blazen. Mijn parketvloer trekt krom van alle valse noten die door het beton heen er tegenaan botsen en ik ben geneigd om je tegen betaling je mond te laten houden. Iedere keer dat jij je keelgat openspert en ons irriteert met je gekweel, neemt mijn kat een aanloop om vervolgens zo hard mogelijk tegen de muur aan te rennen. Zelfs zij kan jouw kattegejank niet aanhoren! Mijn vriend heeft constant watten in zijn oren en ik heb vrijwillig een oorontsteking opgelopen om je a-muzikale uitingen zo gedempt mogelijk aan te horen.
Nog wat: zeg tegen die mislukte 'muzikant' van je dat ook hij beter een slot op zijn stembanden kan laten zetten. Hij is niet de nieuwe Freddy Mercury of Tom Jones, dat zijn mensen die in tegenstelling tot hem wel een zuivere noot kunnen halen. Als je vriend zich nog harder inspant om minder vals te zingen, dan kan ik je garanderen dat hij zichzelf op een dag nog eens opblaast. Niet dat ik daar verder last van zal hebben, want de begrafenismars zal waarschijnlijk minder lawaai voortbrengen dan dat jullie met zijn twee
ën kunnen produceren.
In deze envelop vind je tevens twee proppen stof doordenkt met wasbenzine, want naar mijn mening is dat de enige manier om jullie keeltjes te zuiveren. Als jullie hierbij assistentie nodig hebben, schroom dan niet om door het plafond heen om hulp te roepen. Mijn vriend, kat en ik dalen met liefde een verdieping naar beneden om er zeker van te zijn dat jullie nooit, maar dan ook echt nooit meer in staat zullen zijn om ook maar een enkele noot te produceren.

Met vriendelijke groet,

Naomi Engels
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

25/2/2009 - Waarom ik geen 1.80 ben

Het was 1995 en ik zat in groep 5. Meester Sjoerd stelde voor om een film te gaan kijken. Iedereen joelde en ik deed mee. Film kijken was immers leuk en al veel leuker dan les.
De meester drukte op de ‘play’-knop en de video begon. ‘The Witches by Roald Dahl’ verscheen op het beeldscherm voor me. Ik vond het spannend, Roald Dahl wist me immers altijd te boeien. Vol verwachting zat ik te wiebelen op mijn stoeltje.
Wat ik me nog kan herinneren is dat ik zo’n twee uur lang met kleffe zweethandjes en met mijn ogen meer dicht dan open naar het beeld heb gestaard. Ik vond de vrouwen met jeukende hoofden eng, hoe Luke in een muis veranderde griezelig en de hoofdheks met haar gigantische neus buitengewoon angstaanjagend. De meester drukte de video af en vroeg wat iedereen van de film vond. Ik zei niets, ik zat lijkbleek bij te komen van misschien wel de meest afschuwelijke twee uur van mijn leven.
Toen ik thuiskwam was de kleur in mijn wangen weer langzaam aan het terugkomen, maar mijn handen waren nog niet opgehouden met trillen. Mijn moeder dacht dat ik weer eens te veel kleurstoffen naar binnen had gekregen en schonk er verder geen aandacht aan.
Ik had een hoogslaper met daaronder een speelhuisje waar ik sliep. Toen bedtijd aanbrak weigerde ik naar boven te gaan, haakte mezelf om de trapleuning en vertikte het om los te laten. Nadat mijn ouders en broers een half uur lang aan mij hadden getrokken moest ik de strijd wel opgeven: drie mannen en een vrouw waren teveel voor een achtjarige. Ik werd onvrijwillig meegenomen en in bed gestopt. Letterlijk gestopt, want ik kon geen ledemaat meer bewegen. Mama en papa hadden klaarblijkelijk geen zin in een Naomi die boven aan het trapgat riep dat ze niet kon slapen. De lichten gingen uit en ik moest het doen met het schamele nachtlampje in de hoek, dat nog minder licht gaf dan anders.
De eerste vijf minuten was er niets aan de hand, maar al snel kwamen ze in trosjes van drie aandruppelen, de een nog lelijker en enger dan de ander. Ik vervloekte mijn ouders omdat ze me zo stevig hadden ingestopt en kon niets inbrengen tegen het flesje vloeistof dat langzaam naar mijn mond werd gebracht. Schel heksengelach was mijn achtergrondmuziek en ik wenste dat ik de trapleuning nooit had losgelaten. De volgende ochtend werd ik badend in het zweet wakker en besloot dat slapen een luxe was die niet voor iedereen was weggelegd. Drie maanden lang hebben mijn ouders ieder hoekje van mijn kamer moeten inspecteren op heksen. Er werd een rooster gemaakt dat bepaalde wie er op welk uur mij gerust ging stellen.
Tot op de dag van vandaag vervloeken mijn ouders en ik meester Sjoerd, de invaller die de videoband aanzette en geen rekening hield met de eventueel nodige nazorg. We zijn door een hel gegaan, een hel van slapeloze nachten, nachtelijk gegil en liters zweet. Dankzij die drie maanden ben ik zo’n 20 centimeter korter dan dat ik had horen te zijn. Voel u schuldig, meester Sjoerd, want dit is iets wat ik u nooit zal vergeven!
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

5/10/2008 - Zondvloed

Reeds verzonken in een lichte roes en klaar om te gaan slapen, word ik bruut teruggehaald naar de realiteit. ‘Lief, de wc lekt.’, klinkt het vanuit het kleinste kamertje. Moeizaam sla ik de dekens van me af, klim uit bed en slof naar het toilet om de schade op te nemen. Een plasje water heeft zich gevormd naast de spoelbak en wordt langzaam groter door de toevoeging van neerdalende druppels. In pyjama en op sokken loop ik naar het balkon en pak de tien literemmer die daar staat. Ondertussen neemt Vriend de wc woest onder handen met een waterpomptang. Nog niet geheel ontwaakt kijk ik toe hoe hij aan het zilverkleurige boutje friemelt. Dit heeft echter niet het beoogde effect. Meer en grotere waterdruppels komen in een snel tempo naar beneden. Het plasje wordt een plas en haastig zet ik de emmer onder de continue straal.
‘Miauw.’, klinkt het vanachter de deur en Poes komt om de hoek kijken. Als ik door mijn hurken ga om haar te aaien, klinkt er een sis gevolgd door een zondvloed waar Noach nog iets van kon leren. Met veel geweld spuit het water alle kanten op. Vriend doorweekt, wc-papier doorweekt, muur kletsnat en emmer overlopend. Vliegensvlug ren ik naar de keuken om een dweil te pakken, maar tegen de tijd dat ik terug ben bij de wc zie ik dat ik eerder een waterstofzuiger nodig heb. De paniek slaat toe. ‘Wat moeten we doen, wat moeten we doen’, zeg ik als een mantra tegen mezelf, terwijl ik ijsberend door de hal loop. Poes vindt het allemaal wel leuk en slaat speels met haar pootje in het water. Dat katten niet van water houden is dus ook maar een fabeltje. ‘Waar is in hemelsnaam de hoofdkraan als je ‘m nodig hebt!’, schreeuw ik wanhopig tegen Vriend, die uit alle macht probeert het boutje weer dicht te draaien. ‘Ga hulp halen!’, is het antwoord en als de wind vlieg ik naar het appartement van de Voorzitter van de Vereniging van Eigenaren. Hijgend bel ik aan en tref mevrouw de Voorzitter van de Vereniging van Eigenaren, die me doorverwijst naar nummer 129. Daar woont Jacques en Jacques weet het wel op te lossen. Midden in haar zin snel ik weg en bel aan. In drie woorden doe ik mijn verhaal: ‘Wc – water – zondvloed!’ Gelukkig aarzelt Jacques geen moment en volgt me de lift in. Wie had gedacht dat twee etages omlaag zo lang duurden. Vriend is intussen zeiknat en het water loopt al over de drempel de hal in. Ik laat de mannen het mannenwerk doen en begin met dweilen. Met zijn drieën in een hokje van 1 bij 1 was nog nooit zo gezellig. Na luttele seconden heeft Jacques de waterval gestopt en legt Vriend uit dat hij voortaan niet meer het kraantje helemaal dicht moet draaien, dan scheurt namelijk het pakkingringetje.
Een uur en vele natte handdoeken later, liggen we dan eindelijk in bed. ‘Lief?’ Vriend draait zich naar me toe. ‘Word alsjeblieft geen loodgieter.’
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

18/6/2008 - EK-denotaties

Oran·je·sup·por·ter (de):
Beletterd met 'Hup Holland Hup', knaloranje uitgedost en uitgerust met achterlijke attributen (lees: brulshirt, trom-pet etc.).
Bij overwinning rijdt de oranjesupporter luidruchtig over straat op fiets, scooter of in auto gedurende de hele avond. Begint er een te schreeuwen dan volgt de rest vanzelf.

Tur·kije·sup·por·ter (de):
In eerste instantie niet duidelijk aanwezig, laat pas van zich horen na overwinning. Zorgt voor filevorming door rond te rijden in grote auto's en op scooters. Typerend voor de turkijesupporter zijn de rood-witte vlaggen uit autoraampjes en een drie uur durende claxonnade zonder pauze.
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

18/6/2008 - Ga toch fietsen!

‘Ga toch fietsen!’, riep hij en zij vertrok met beide voeten stevig op de trappers. Hij keek haar achterna, terwijl zij steeds kleiner werd en uiteindelijk de hoek om ging. Iedere keer weer vond hij het moeilijk om haar te laten gaan, haar als een steeds kleiner wordend stipje weg te zien rijden en uiteindelijk helemaal te zien verdwijnen.
Zij daarentegen fietste zo hard als ze kon en zag met een extatisch gevoel haar uiteindelijke doel naderen: de hoek om. De hoek om en dan op adem komen. ‘De hoek is immers het belangrijkste, want zodra ik daar ben, ben ik weg’, had ze vast gezegd als zij haar gedachten had uitgesproken. ‘Weg om nooit meer weer te keren. Laat hem maar barsten met zijn boerenkool-met-worstfeestjes, zijn wekelijkse rummicub-marathons en zijn voorliefde voor songfestivalliedjes. Er moet voor mij toch wel wat meer op de wereld zijn dat dit?’ En dat was er, ja. Het was een mooi meisje met een goed karakter, al was het hier en daar wat gebutst door haar vroegere doodsaaie leven. Het zou niet moeilijk zijn voor haar een man te vinden zonder geitenwollen sokken, sojamelk en standaard uitrusting met pijp. In de stad, daar was het te doen voor haar. Weg moest ze.
In haar ooghoek zag ze zich als vertraagd de hoek om gaan en maakte een definitief besluit. Een besluit dat net zo eenvoudig ligt als Hilary of Obama, de Telegraaf of de NRC en papier of plastic. Ze schakelde over naar een zwaardere versnelling, rinkelde als afscheid twee keer met haar fietsbel en leunde met al haar gewicht op de trappers.
Hij staarde haar na. Na vijf, tien, dertig minuten stond hij daar nog en staarde haar na. Met zijn lange witte onderbroeken, zijn oorbel, zijn overmatige rughaar, zijn vergeelde snor en met het bord voor z’n kop. Hij wist zeker dat ze terug zou komen.
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

10/6/2008 - Tussen de letters, snoep en tabak

Sinds kort werk ik bij de Bruna op het station. Ondanks dat niet alle werkzaamheden een even hoog denkvermogen eisen, ben ik al wel een stukje dichter bij mijn uiteindelijke doel: werken met boeken en tijdschriften. Oké, ik zet boeken in de winkel van anderen en niet van mijzelf en maak kennis met tijdschriften waar ik nog nooit van gehoord heb, laat staan voor heb geschreven, maar al met al vind ik het hartstikke leuk.
Bovendien krijg je van het werken in een stationswinkel een verdomd goeie mensenkennis. Tegenwoordig kan ik al bijna met zekerheid zeggen dat de vrouw in de gestreepte jurk met slobkousen aan die binnenstapt twee pakjes zware Van Nelle-shag komt kopen met oranje Rizla en een Story, Privé of Weekend erbij. De modieuze meisjes vinden hun heil vrijwel altijd bij de glamourized roddelbladen en de jongen met de geblokte fleeceblouse aan koopt vrijwel altijd een tractor,- motor- of automagazine.
De mannen die mij nog weleens om de tuin kunnen leiden zijn de zakenmannen in pak die drie homobladen afrekenen en een pakje Marlboro Light. Of natuurlijk de onopvallende man die twee dezelfde B-pornobladen afrekent met gratis DVD erbij. ‘Wilt u een tasje?’, vraag ik dan, zonder mijn ogen over het blad te laten glijden, maar nee: pornoblaadjes mogen blijkbaar door alle stationsgangers gezien worden en dus is bedekken overbodig. Aangezien zij zonder schroom hiermee de winkel uitwandelen krijg ik plaatsvervangende schaamte.
Klanten die mij minder goed bevallen zijn de mensen met haast, een onvoldoende toereikende vocabulaire of gewoon de mensen die het geen bal kan schelen wie ze voor zich aan de kassa hebben. De mensen met haast vertellen je vaak dan ook nog even dat ze haast hebben, zodat jij sneller gaat werken. Bij mij geeft het juist een averechts effect, want dat zij haast hebben is niet mijn probleem. Wellicht hadden ze dan 2 á 3 minuten eerder de Bruna binnen moeten lopen, in plaats van mij te laten opschieten. Dat zij gehaast zijn vind ik prima, maar dat moeten ze niet op mij gaan projecteren. De klanten met een geringe Nederlandse vocabulaire kennen vaak alleen het woord dat ze willen, maar enige beleefdheden ontbreken. ‘Strippenkaart’ krijg je dan naar je hoofd geschreeuwd en ongeduldig staan ze dan te wachten totdat ze het geld dat ze in handen hebben aan je kunnen overhandigen. Geen ‘asjeblieft’ of ‘dankjewel’ kunnen zij goed maken door gewoon me even aan te kijken en te glimlachen. Gelukkig doet het gros dat ook. De laatste ploeg die ik minder leuk vind om voor mijn neus te hebben staan zijn de mensen die gewoon hun spullen willen en zich het liefst zo snel mogelijk, ongeacht een te halen trein of bus, weer uit de voeten maken. Kenmerkend: zij kijken je niet aan, leggen het geld al op de balie en als je met een lieve glimlach aan ze vraagt ‘Heeft u 20 cent bij?’ zonder te kijken al concluderen dat een briefje van 50 euro het kleinste is waarmee ze kunnen betalen. Dit zijn de mensen waar ik opvallend koel tegen ben en zo snel mogelijk afhandel. Niet om hen hun zin te geven, maar meer zodat er dan weer snel gezellige klanten voor mijn neus staan: de vrouw die me een frietje uit haar bakje geeft, de jongen die met een grote glimlach 20 krasloten komt innen en mij daarvan wel mee naar een terras wil nemen, de Italiaanse man die iedere dag de krant komt halen en met pretoogjes ziet dat de editie van vandaag al voor hem was weggelegd en natuurlijk al die andere klanten die een indruk bij me achterlaten. Dus: als je ooit in de Bruna op station Tilburg bent en ik werk, schenk me dan een glimlach en wordt een memorabele klant. Wie weet kom je nog eens in een column terecht!
2 Comments Post A Comment! Permanent Link

12/5/2008 - Hij en de tas

‘Maar deze is écht heel anders. Hij lijkt in niets op mijn anderen!’ deelde mijn vriendin mee, nadat ze met een zoveelste nieuwe tas terugkeerde uit de stad. Ik trok mijn wenkbrauw wat hoger op en keek haar vragend aan. ‘Vertel’, begon ik, ‘wat is er dan zo anders aan deze? Is deze zo klein dat je er niet eens je mobiele telefoon in kan stoppen, want zo een heb je er in ieder geval nog niet. Of mist deze misschien een bodem, waardoor al het functionele dat je erin stopt weer op de grond terechtkomt? ‘
Mijn vriendin zuchtte diep. Ze houdt niet zo van mijn cynische houding met betrekking tot haar schoenen, accessoires, kleding en tassen. ‘Als je nou eens je mond houdt en eens zou kijken naar mijn nieuwe aanwinst, dan mag je daarna een mening erover vormen. Maar niet te negatief natuurlijk’, zei ze glimlachend, terwijl ze de kolossale blauwe schoudertas tevoorschijn haalde. ‘Ja… hij is..uhm..blauw, ziet eruit als een smurf, heeft hengsels, je mobiel past er zeker in en volgens mij heeft hij weldegelijk een bodem. Maar wat heeft deze tas wat de andere twaalf tassen niet hebben?’ Lichtelijk tot erg geïrriteerd staarde mijn vriendin me nog enkele seconden aan, pakte het blauwe gevaarte op en ging er knuffelend mee op de bank zitten. Een klein beetje verbaasd aanschouwde ik vanachter mijn laptop het tafereel. Zoals de score nu was was het 1-0 voor de tas, want die incasseerde momenteel de liefde en aandacht die normaal voor mij bedoeld was. Daar zat ze: op onze rode bank in haar blauwe jurk haar blauwe tas te liefkozen. ‘Past goed bij je jurk, die tas… Is dat ook één van zijn vernieuwende kenmerken?’ ‘Ten eerste’, begon mijn vriendin scherp, ‘is het een ‘haar’ en ten tweede heb ik die jurk speciaal hiervoor aangetrokken. Ik kan toch niet een knalblauwe tas dragen als het compleet vloekt met mijn outfit?’ ‘Nee, stel je voor’, mompelde ik en wist dat het wel zo verstandig was om al het toekomstige commentaar jegens de tas maar in stilte uit te spreken. Ik richtte mijn aandacht weer op het beeldscherm voor mij en liet mijn vriendin en haar nieuwe levenspartner achter op de bank.

Sinds de tas zijn, of ik bedoel natuurlijk haar intrede in ons huis heeft gedaan, wint deze steeds meer aan terrein. Sinds haar komst zijn er twee paar blauwe schoenen, een paar blauwe oorbellen, een nieuwe blauwe broek en een blauwe bh mijn leven ingewandeld. Die blauwe tas was het begin van het einde. Pasgeleden was mijn vriendin verfstalen aan het bekijken, stopte bij de sectie blauw en hield het tegen de muur van de woonkamer. Ik ben bang dat ze er binnenkort een smurfenhol van gaat maken, aangezien het huis dan mooi bij de tas past.
Ik moet maatregelen nemen, want ik weiger dat mijn leven wordt overgenomen en beheerst door een leren boodschappentas met de kleur blauw.
Aangezien mijn vriendin op kleding- en modegebied het geheugen heeft van een goudvis (ze koopt iets, ziet iets leukers en is vervolgens vergeten wat er aan het gekochte nou zo leuk was), wist ik dat dit de manier was om de draagbare smurf te paaien. Ik kocht een belachelijk dure zwarte tas, bij zwart past immers alles, en zette die achteloos voor haar neus. Langzaam keek ze omhoog van haar tijdschrift en liet haar blik op het zwarte gevaarte rusten. ‘Een cadeautje, omdat je zo lief bent’, zei ik, gaf haar een kus op haar neus en kroop seminonchalant achter mijn computer. Vanuit mijn ooghoek zag ik dat mijn vriendin haar ogen langzaam begonnen te stralen en dat haar grijpgrage handjes niet wisten welk plekje van de tas ze eerst moesten onderzoeken. De blauwe tas, die tegenwoordig haar plaats in mijn leunstoel had ingenomen, keek betreurd toe hoe haar baasje vreemdging met haar zwarte achternichtje.
Momenteel zit ze nog steeds in therapie en heeft al het contact met mijn vriendin verbroken. Hoe mooi mijn vriendin de zwarte tas ook vindt, ik krijg weer dezelfde aandacht als voorheen en ze heeft beloofd om nooit meer een tas of de kleur blauw tussen ons te laten komen. Overdadig blauw maakt immers meer kapot dan je lief is!



0 Comments Post A Comment! Permanent Link

12/5/2008 - Vanachter de geraniums...

Vanuit mijn uitkijktoren op het station - een appartement op de vijfde verdieping van een flat pal op de busbaan - zie en hoor ik alles. Ik hoor de treinen naar elkaar toeteren op ongewenste momenten, ik zie mijn kandelaar zachtjes heen en weer wiegen wanneer er een loodzware goederentrein voorbij dendert en ik zie junks ruzie maken om een fiets die al in eerste instantie  niet eens van hun was.
Op een avond nog niet zo heel erg lang geleden, hoorde ik hard geschreeuw en, nieuwsgierig als ik ben, liet alles uit handen vallen om te kijken wat er aan de hand was. ‘Het gaat erom dat je respect voor elkaar hebt! Ik heb wel respect voor jou, maar jij niet voor mij!’ schreeuwde een vermoedelijk verslaafde tegen een andere waarschijnlijke junkie, zijn woorden benadrukkend met wilde handgebaren en gezwaai in de lucht. Ik denk dat de non-verbale communicatie de emmer deed overlopen, want de waarschijnlijke junkie pikte het niet meer, gooide zijn plastic tas op de grond en begon de vermoedelijk verslaafde te duwen. ‘Ik heb wel respect voor jou, maar jij niet voor mij!’ en zo ging de o zo nuttige discussie onder veel lawaai, geduw en getrek nog enige tijd door. Op het gemakje slenterde ik naar de koelkast voor een verkoelende versnapering tijdens deze gebeurtenis, toen het ineens toch wel erg stil werd op straat. Ze hadden elkaar toch niet in stilte afgemaakt zonder op mij te wachten? Ik haastte mij naar het balkon en tot mijn grote verbazing en voldoening waren de twee elkaar in de armen gevallen. ‘Nee, ik houd meer van jou!’ ‘Nee, sorry man, maar ik houd toch echt meer van jou!’ Heel even dacht ik dat ze hierover weer ruzie zouden krijgen, maar het knuffelen ging onverstoord door. Nadat ik een douche had genomen, mijn teennagels had gelakt met twee lagen en een kaasplankje had gemaakt liep ik weer naar buiten. Zonder ook maar een centimeter te zijn opgeschoven stonden de twee nog steeds hartstochtelijk in elkaars armen verstrengeld, maar de discussie over wie het meest van wie hield was verstomd. Tegen de ochtend gingen ze zonder een groet uiteen, alsof ze elkaar nooit een nacht lang hadden vastgehouden.

0 Comments Post A Comment! Permanent Link

17/2/2008 - Geluidsoverlast

9 uur zondagochtend. Terwijl ik me nog in een diepe slaap bevind, worden mijn dromen wild en onverwachts verstoord door een onprettig en niet-melodieus geluid. Langzaam ontwaak ik uit mijn sluimerstand en probeer ‘het lawaai’ te traceren. Komt het van boven of van beneden? Komt het van links of van rechts? Droom ik nog of heb ik gewoon een hele irritante en hoge zoem in mijn oor? Ik ga geruisloos zitten en spits mijn oren, totdat plotseling de stilte weer terugkeert. Nog een paar seconden blijf ik zo zitten, maar wanneer ‘het geluid’ uitblijft besluit ik toch maar weer mijn schoonheidsslaapje te hervatten. Uit deze droom word ik echter weer snel geholpen, want ik heb mijn hoofd nog niet op het kussen gelegd of ‘het lawaai’ is er weer:
                                                                
                                                          
                                                                 
                                                                      
Lichtelijk tot redelijk geïrriteerd laat ik mij op de grond vallen, druk mijn hoofd tegen de vloer en luister aandachtig. ‘Het geluid’ beweegt, alsof het om mij te pesten via de muren van kamer naar kamer kruipt . Aangezien ik er niet geheel van overtuigd ben dat het van beneden komt, klim ik op mijn kleerkast en hou mijn hoofd in een onhandige hoek van 45 graden. Terwijl de storende klanken zich weer door de ruimte verspreiden, heb ik nog steeds geen uitsluitsel over de plek van herkomst. Slapen heeft geen zin meer en dus loop ik maar naar de woonkamer. Een stevige bak koffie doet over het algemeen wonderen voor mijn IQ, waardoor ik de oorsprong vast snel zal kunnen vaststellen. Voor nu houdt het lawaai zich rustig, wat mij de gelegenheid geeft om rustig te genieten van het dreunen van mijn Senseo-apparaat. Dat hoor je op de zondagochtend te horen en niets anders! ‘Het geluid’ denkt daar echter anders over en breekt zonder pardon de reeds geluidsloze barrière van mijn woonkamertje door. Aangezien het zich nu zo glashelder aan me opdringt, is het makkelijk om te identificeren. Een vrouwelijke stemoefening maakt zich van mijn oren meester en tergt mijn trommelvliezen. Welk achterlijk, idioot en egoïstisch schepsel heeft in hemelsnaam het lef om op de vroege zondagochtend haar buren lastig te vallen met een stemoefening en dan ook nog eens vals? Behalve onnozel moet je dan wel heel doof zijn om ook nog eens vrijwillig je eigen hersenrust te willen verstoren. Voor de grap reageer ik met dezelfde
a-muzikale en schelle stemoefening en tot mijn verrassing blijft het stil. Wellicht is ze geschrokken dat iemand haar valse tonen heeft kunnen horen? Wellicht heeft ze ontdekt dat er nog meer mensen in de flat wonen? Ik weet het niet, maar voor nu maakt het mij niets uit. Zolang die toverkol, jong of oud, maar de rest van de dag haar mond dichthoudt! En dat doet ze. Douchen zonder stemoefening, studeren zonder stemoefening en koken zonder stemoefening. Mijn lol kan niet op. Maar net wanneer ik ‘het geluid’ al bijna weer vergeten ben,  keert het terug en nog harder, valser en scheller dan eerst. Alsof het de paar uur van stilte in een keer moet compenseren. Deze keer besluit ik niet er tegenin te gaan zingen, want mijn stemgeluid ergert me immers net zoveel als haar stemgeluid. Deze keer ga ik voor de hardere aanpak, vrij van het risico dat ik er zelf last van heb. Mijn ene box leg ik plat op de grond, de andere zet ik op een kast en richt ik naar boven. Terwijl ‘het lawaai’ onverstoorbaar zijn gangetje blijft gaan, druk ik fluitend op het knopje van de CD-speler en stop Rammstein erin. Mijn versterker draai ik vol open en met een grote grimas van oor tot oor druk ik op Play. ‘ICH WILL’ schelt met zo’n kracht door de woonkamer dat het mijn trommelvliezen laat ploppen, de kopjes laat rinkelen en de vloer laat trillen. Terwijl ik de gehele cd uit laat razen en vanuit mijn tenen in helder Duits meeblèr, wordt er aangebeld. Dit hoor ik uiteraard niet, aangezien het aantal decibel in mijn woonkamer tot het dak is gestegen, maar wanneer de cd afgelopen is klinkt er een dringende deurbel, die verraadt dat het niet de eerste keer is dat erop wordt gedrukt. Met suizende en piepende oren open ik de voordeur en tot mijn schrik staat er een politieagent voor de deur. ‘De buren hebben over je geklaagd. Geluidsoverlast. In eerste instantie zou ik je een waarschuwing geven, maar aangezien ik hier al een kwartier aan sta te bellen geef ik je bij deze een boete van vijftig euro’, vertelt de agent, terwijl hij een bon uitschrijft. ‘Een prettige dag nog verder en laat ik niet nog een keer langs moeten komen.’ Een beetje beduusd blijf ik met het papiertje in mijn hand de agent na staren. Ik kon hem echter niet helemaal goed verstaan omdat de piepen nog steeds een feestje vieren in mijn oor, maar de bon in mijn hand liegt er niet minder om.
Enkele weken later. Naar het schijnt gaat mijn buurvrouw boven of beneden, links of rechts nog steeds elke dag verder met het irriteren van mensen met haar stemoefeningen. Het goede nieuws is dat ik het niet meer hoor. Het slechte nieuws is dat dat komt door een chronische gehoorbeschadiging. Aan je buurvrouw een lesje leren met Rammstein zitten dus weldegelijk risico’s verbonden…

0 Comments Post A Comment! Permanent Link

21/1/2008 - Anti-zomer gedicht

Als ik een weergod was

zou ik de zomer ontslaan

Ik zou haar titel afpakken

en achter een nieuw potentieel aangaan.

Mijn nieuwe werknemer zou ik motiveren,

flamberen, onteren, castreren

Alles wat er nodig is

om een eventuele aanpassingsstoornis

aan de werkzaamheden te voorkomen.

1 Comments Post A Comment! Permanent Link

21/1/2008 - Ik en mijn 7 genres

Ik ben elke dag iemand anders. Iedere dag van de week sta ik op als een ander boek. Het is alsof ik elke dag een ander genre ben. Maandag romantiek, dinsdag detective, woensdag streekroman, donderdag thriller, vrijdag chicklit, zaterdag erotiek, zondag thriller. Iedere dag weer een ander personage uit een ander boek met iedere dag weer andere karaktereigenschappen en gevoelens. Ondanks dat mijn dagen nooit saai zijn, sta ik elke dag weer op met de pijnlijke realiteit van mijn leven: ik ben fictie, niets anders dan fictie. De dingen die ik meemaak zijn nep, niet echt. In werkelijkheid ben ik een kasplantje, een kwijlend figuur in een rolstoel die alleen nog maar meetelt in de wereld door dingen te verzinnen. Door te vluchten in mijn fantasiewereld doe ik nog steeds mee. Mijn hersenen zijn dan ook nog het enige dat werkt, de rest is uitgeschakeld. Als bovenop al mijn weigerende lichaamsdelen mijn brein me ook nog in de steek zou laten, zou ik mezelf dooddenken. Mijn slangetjes doorbijten krijg ik niet meer voor elkaar en aangeven dat ik de brui aan mijn nutteloze leven wil geven is ook geen optie. Communiceren is immers niet mogelijk.
Zo breng ik, dag in dag uit, de uren door van mijn langzaam wegkwijnende leven in mijn rolstoel voor het raam. Hopelijk weet ik je voldoende te boeien, want ondanks dat ik mijn leven passief leef, haal ik er wel alles uit wat er uit te halen valt.

0 Comments Post A Comment! Permanent Link

21/1/2008 - Enkele woorden

Persoonlijk vind ik mezelf een vrij stabiel persoon. Ik heb een huis dat groter is dan een schoenendoos. Ik heb een vriendin die knap is en me begrijpt. Ik heb een IQ van 120 en heb mijn studie met twee vingers in mijn neus gehaald. Mijn ouders leven beiden nog en wonen op een woonboot in één van de vele Amsterdamse grachten. Wegens hun lust naar avontuur, verblijven ze elke dag weer in een ander stukje water, wat mijn verplichting bemoeilijkt om bij ze op bezoek te gaan. Ondanks de zeebenen van mijn ouders en het feit dat ze niet van een stukje grond onder hun voeten houden, heb ik een goede jeugd gehad. Ik mocht uitgaan vanaf mijn veertiende en rookte mijn eerste joint met mijn ouders in de hangmat, die altijd tussen kant en wal werd gespannen. Vele laveloze avonden hebben we daarin doorgebracht en daar leerde ik de beste les van mijn leven: als je een keer een lijn coke wil nemen, is een hangmat geen goede plek om dat te doen. Voordat je de witte substantie alleen maar hebt neergelegd, zorgt je vader ervoor dat die binnen no time weer verdwenen is. Een man van toentertijd veertig, die met een rotgang van het dak in een hangmat springt, veroorzaakt een hangmat die alleen nog maar gevuld is met zichzelf. Eventuele personen of verdovende middelen zijn dan al snel overboord gegooid. Ietwat moedeloos heb ik mijn klaargelegde lijn nagestaard, totdat ie me verliet en langzaam verdween in het groene water. Sinds deze ervaring is de band tussen mij en mijn verwekkers ook nooit meer hetzelfde geweest.

Een paar jaar geleden ben ik afgestudeerd en slijt mijn dagen met joints roken, fietsen zonder handen aan het stuur en schrijven. Bij het schrijven heb ik altijd mijn vriendin nodig, mijn muze. In mijn schrijfkamer heb ik een speciaal krukje, waar alleen zij op mag zitten. Hij staat in een hoekje en is bedekt met fluweel, zodat mijn vriendin niet onnodig leed heeft aan haar zitvlak. Als ik weer eens een geniale ingeving heb gooi ik haar over mijn schouder, sleur haar weg van waar ze ook mee bezig is en plant haar in het hoekje. Vervolgens ga ik achter mijn laptop zitten en begin te typen met één oog op haar gericht en de andere op het felle beeldscherm voor mij. Op deze manier verzin ik de beste verhalen. Eén keer is het zelfs voorgekomen dat ik haar weg heb gehaald uit andermans bed. Op het moment dat ik haar betrapte voelde ik nog geen woede, alleen schrijversdrift. Ik ben nog nooit zo snel naar huis gelopen met haar over mijn schouder en schreef toen het beste verhaal dat ik ooit had geschreven. Zodra ik klaar was ben ik teruggelopen naar het bewuste bed waar ik haar in vond en heb de pik van de eigenaar eraf gehakt. Als cadeautje heb ik ‘m op sterk water gezet en met kerst naar ‘m toegestuurd. Met mijn vriendin heb ik daarna een goed gesprek gehad over wat wel en niet kan in onze relatie, waarna ze zei dat ze het nooit meer zou doen en dat ze mij toch het liefste vindt. Daar kan die kerel met z’n afgehakte piemel nog een puntje aan zuigen!
Iedere keer dat ik schrijf en zij is níét in de buurt, is het geproduceerde werk wel zo ontzettend slecht, dat ik met dingen begin te gooien en mijn schrijversbestaan vervloek. Daarna zak ik geëmotioneerd en eenzaam neer op het bewuste krukje in de hoek, en wieg in mezelf gekeerd heen en weer totdat ze thuiskomt. Zij plukt me van haar krukje, sleept me naar mijn werkstoel en gaat vervolgens in sexy lingerie op haar plek zitten. Dan laat ze me een tijdje schrijven, tot ze er genoeg van heeft en sleept me daarna aan mijn haar naar ons immense tweepersoonsbed en bedrijft de liefde met me als geen ander. En daarom houd ik zo van haar: het is een vrouw die weet wat ze wil.
Vrienden heb ik niet echt. Ik maak wel eens een praatje met de melkboer van hier tegenover, maar woorden over gevoelens wissel ik niet met ‘m uit. Hij wel met mij, want iedere keer als ik een babbeltje met ‘m maak, vertelt ie dat ie verliefd op me is en wacht tot het moment dat ik mijn vriendin verlaat. Dit zegt hij overigens niet al te vaak, want na deze biecht schop ik ‘m altijd onderuit en haal een week geen melk bij ‘m. Daar heb ik zowel hem als mezelf mee, want ik ben verslaafd aan melk. Waarschijnlijk heb ik tekort aan mijn moeders borst gehangen, maar te veel genoten van de moedermelk die zij vroeger produceerde. Mijn vriendin denkt dat dit de oorzaak van dit alles is, aangezien ik ook een zware hang heb naar haar borsten. Iedere keer dat er ook maar een klein stukje borst te zien is, sla ik op hol en heeft ze een koevoet nodig om mij van haar weelderige rondingen af te krijgen. Dit is overigens wel goed voor haar zelfvertrouwen, want zelf is ze nergens mee tevreden. Soms als ik ’s nachts wakker word, kan ik uren naar haar turen en geniet van de geluidjes die ze door haar neus maakt. Als ze dan langzaam haar ogen opent, omdat zij op de een of andere manier altijd weet wanneer er naar haar gekeken wordt, doe ik altijd net alsof ik slaap. Vervolgens ligt zij dan naar mij te kijken en begint dit alles weer van voren af aan. We kunnen dit spelletje de hele nacht volhouden, totdat de een écht in slaap valt door ons chronische slaap tekort. ‘Insomnia’ is my middle name, maar dat is denk ik ook wat onze relatie zo goed houdt.
Van drugs hou ik persoonlijk niet zo, ondanks dat ik de dag begin en eindig met een goedgevulde joint. Mensen die drugs gebruiken vind ik junkies en roepen ook een bepaald gevoel van agressie bij me op. Het gebeurt wel eens dat als ik een trek van m’n joint neem, ik mezelf spontaan op m’n neus begin te slaan. Zo erg is dus mijn afkeer van drugsgebruikers.
In mijn studententijd heb ik wel een tijdje gesnoven. Speed, coke, bakpoeder… het maakte me allemaal niet uit, als ik het maar in een lijn kon liggen en op kon snuiven met een opgerold tientje. Het heeft me af en toe wel verbaasd hoe ik eenzelfde high kon krijgen van zowel coke als van bakpoeder. Voor mijn portemonnee was dit een goede zaak, want vrijwel al mijn geld ging op aan drugs, of het nou voor mij was of voor iemand anders. Koken kende ik niet en mijn eetpatroon bestond voornamelijk uit mandarijntjes en Red Bull. Als ik écht honger had en mijn mandarijntjes waren op, at ik ook wel eens het blikje op en heb daardoor meerdere keren in het ziekhuis gelegen om mijn maag leeg te laten pompen. Toen ik vier keer achtereenvolgens werd opgenomen, ben ik naar een praatgroep gestuurd, die bestond uit ex-drugsgebruikers en papiervreters. Waarom de artsen van het AZC dachten dat ik daar mijn genezing kon vinden weet ik niet, maar ze hadden gratis koffie en ben dus alle verplichte keren gegaan. Één keer hadden ze thee in plaats van koffie en toen ben ik wel zo doorgedraaid, dat ik voor eeuwig ben verbannen van welke praatgroep dan ook. Dat vond ik op zich ook niet zo erg, want ik werd kotsmisselijk van alle onzin die al die zinloze levensgenieters dachten met mij te kunnen delen. Ik heb meerdere keren geprobeerd er eentje van een dak te laten springen, maar dat is me helaas nooit gelukt. Wel heb ik er één weer aan de drugs gekregen, wat wel fijn was, want de opgekropte agressie die ik toen in mijn lijf had moest er toch op de een of andere manier uitkomen. De jongen die ik toen met een lege koffiepot heb bewerkt, vindt nog steeds zijn heil in het ziekenhuis als kasplantje. Een keer per jaar stuur ik ‘m een kaartje en vraag hoe het met ‘m is. Mochten zijn hersenen dan ooit weer activiteit vertonen, koestert hij vast geen wrok meer, want ik ben immers de enige waarvan hij af en toe post krijgt.
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

21/1/2008 - Een dag

Met mijn ogen op een kier ging ik op ontdekkingsreis onder de dekens. Behalve een pak koekjes van een week geleden, een paar vuile sokken die ik nog nooit had gezien en een studieboek over de evolutietheorie van Darwin kwam ik niets bijzonders tegen. Eens in de zoveel tijd moet je eens onder je dekens voelen, want je weet nooit wat je tegenkomt. Zo trof ik vorige week een behaarde voet aan waarvan de nagels al maanden niet waren geknipt. Toen ik verder zocht vond ik ook nog een lichaam en een hoofd, maar toen ik dat zag heb ik mijn expeditie gestaakt en ben maar gaan douchen. Waarom kunnen die kerels nooit weg zijn voordat ik wakker word?

Langzaam opende ik mijn ogen en probeerde de opkomende hoofdpijn met alle macht weg te denken. Degene die het zonlicht heeft uitgevonden mogen ze van mij best tegen de muur zetten. Langs alle lege flessen, dozen, tassen, schoenen, kleerhangers en bevuilde borden baande ik mij een weg naar de keuken, want een goed ontbijt is immers de basis voor een nieuwe dag. Samen met een kop sterke koffie en een sigaret zei ik mijn huisgenoot Pien goedemorgen, die zo te zien in dezelfde zonlichthatende toestand verkeerde als ik. ‘Gestapt gister?’ vroeg ik, terwijl ik nog eens diep inhaleerde. ‘Gestapt gister’, antwoordde Pien. Pien en ik hebben nooit veel woorden nodig, dat hadden we in het begin al niet. Ik vraag, Pien antwoordt, antwoordt Pien niet, dan vraag ik het nog een keer en weigert Pien dan alsnog om te antwoorden, dan gooi ik een bord naar d’r hoofd.
Ik liet mijn blik door de keuken gaan en bleef hangen bij een paar lichtgevende sportschoenen die ik tot op heden nog nooit had gezien. ‘Nieuwe schoenen?’ Pien schudde haar hoofd en wees naar de hal waar de douche zich bevond. ‘Kimli’. Ik knikte en drukte mijn sigaret uit. Kimli was onze nieuwe huisgenote. Als deelnemer aan een uitwisselingsproject tussen Japan en Nederland was ze bij ons gedropt. Het schoolbestuur dacht namelijk dat wij haar wel leuk wegwijs zouden kunnen maken op school en in de stad. Het enige probleem was alleen dat Kimli zich niet liet zien. Het enige wat haar aanwezigheid verraadde waren de slierten noodles in het gootsteenputje, felgekleurde schoenen in de keuken en knalroze Hello-Kitty parfum op de wastafel. Ik heb haar wel eens opgewacht na het douchen, maar ze bleef net zolang in de badkamer totdat ik wegging.

Tot mijn grote schrik zag ik dat de grote wijzer de half 9 naderde, gooide mijn koffie in het met noodles besmeurde putje en baande een weg terug richting mijn kamer. Tijdens deze tocht struikelde ik over Mini, onze oversized huiskat die bizar veel overeenkomsten vertoonde met een uitgekotste haarbal. Ze lag altijd op de meest onhandige plekken en genoot ervan om je op je gezicht te zien gaan. Alleen dan spinde ze, want van aaien hield ze niet.
Ik klopte de haren van mijn broek, pakte de plantenspuit, joeg de kat weg, liep terug naar mijn kamer, kleedde mij aan en besloot dat ik helemaal geen zin had in school. Vervolgens ontkleedde ik mij weer, struikelde wederom over de kat, zette koffie en liep naar Sjors’ kamer om hem op vriendelijke wijze wakker te maken. Sjors was onze reeds afgestudeerde huishomo die tot noch toe geen werk had gevonden, of beter gezegd: tot noch toe geen werk had gezocht. Nadat hij zo’n vier maanden geleden zijn briefje had opgehaald, is hij op de bank geploft en er alleen in noodsituaties afgekomen. Onder noodsituaties verstaat Sjors plassen, eten, mannen, shoppen, stappen en seksen.

‘Sjors?’ vroeg ik zachtjes, terwijl ik mijn hoofd om de deur stak. Een mengsel van wierrook, oude was en pizzadozen vulde mijn neus. Ter bescherming pakte ik de wasknijper die standaard naast de deur was bevestigd. Degene die Sjors wakker moest maken had immers recht op een rem op de neus. In ruil voor deze ochtenddienst haalde hij de noodles uit het gootsteenputje.

‘Ik heb er genoeg van! Neem de koffie weer mee en laat mij maar voor dood achter!’ Sjors was een geboren dramaqueen. Toen zijn pas gemanicuurde nagels een scheurtje vertoonden, zwoor hij een week lang alle lichamelijke verzorging af en toen in het café zijn net ingeschonken whiskycola over de grond ging, wilde hij nooit meer uitgaan. Deze aanvallen duren gelukkig niet lang, maar wel lang genoeg om er aandacht aan te moeten besteden. ‘Wat is er Sjors? Heeft er een wimper losgelaten?’ vroeg ik enigszins spottend, terwijl ik bij hem op bed ging zitten. ‘Een wimper? Een wimper? Waarom zou ik jammeren om een simpele wimper? Dit is een ernstige zaak, zo ernstig dat ik niet meer weet hoe ik verder moet!’ antwoordde Sjors en trok de deken nog eens goed over zijn hoofd.

Ik liet mijn blik de kamer doorgaan, of liever gezegd het ‘hol’. Alles kon hierin wonen: van huishomo tot Neanderthaler, de mogelijkheden waren eindeloos. Nergens was ook maar een beetje persoonlijkheid in de kamer aangebracht. De gigantische hoeveelheid kleding die Sjors bezat lag in willekeurige stapels door de ruimte verspreid, maar of het schoon of vuil was kon je niet zien. ‘Marco wil me niet meer zien’, jammerde Sjors verder vanonder de deken. ‘Hij vindt me een bankaardappel zonder stijl en hij is bang dat hij al een SOA oploopt als hij hier één voet over de drempel zet! En ik wilde nog wel een kind met hem…’ Ik zuchtte eens diep, telde tot tien, maakte daar toen maar twintig van en begon met een poeslieve stem: ‘Sjors, lieve Sjors…Ten eerste bén je een bankaardappel, ten tweede heb je wel stijl alleen ben je te lui om het toe te passen en ten derde mis je een baarmoeder! En aangezien het mij sterk lijkt dat Marco wel in het bezit is van zo’n natuurlijke baby-cocon, kun je dat kind voorlopig wel vergeten.’ Het leek me verstandig om het naar SOA riekende hol even buiten beschouwing te laten. De deken bewoog een stukje omlaag en twee betraande ogen keken me bedroefd aan. ‘Ik wilde het kind Tommy noemen…’. Na deze uitspraak vond ik z’n zelfmedelijden genoeg geweest. Ik trok de deken van ‘m af, duwde ‘m uit bed en zette mijn linkervoet op z’n hoofd. ‘Drink je koffie, ga douchen en dan gaan we een plan bedenken om Marco terug te krijgen.’ ‘Ja, maar…’, begon Sjors, al was één van mijn dodelijke blikken voldoende om hem op te laten staan, z’n afgezakte boxer op te trekken en hem langzaam richting douche te laten bewegen. Als Kimli zich nog in de badkamer bevond, zou ze vast via het raampje naar buiten klauteren, om vervolgens via de regenpijp omhoog te klimmen en zo ongezien weer in haar kamer te verdwijnen. Alles is denk ik geoorloofd in haar missie om zo anoniem mogelijk deze aardkloot te bewandelen.

Voor nu was ik even klaar met Sjors. Ik had hem gedwongen zich eens fatsoenlijk te wassen, te scheren en al die andere dingen die mannen doen onder de douche, door de badkamerdeur van buitenaf op slot te doen. Nu moest ik bij mijzelf maar eens wat orde in mijn chaos gaan scheppen. Ik wierp een blik in mijn kamer en de moed zonk me meteen in mijn schoenen. Heel veel oud papier zorgde ervoor dat ik niet meer wist wat de kleur van mijn tapijt was en de gordijnen waren al zolang niet meer open geweest, dat ik al haast begon te vergeten hoe de overkant van de straat eruitzag. Een ding was wel prettig aan de troepzooi in mijn kamer: ik kon alles vinden wat ik nodig had. Ik wist precies onder welke pizzadoos welk paar sokken lag en ook kon ik de colaflessen met en zonder prik nog feilloos onderscheiden. Als ik het allemaal zou opruimen zou ik alles kwijt zijn. Pien kwam geruisloos naast me staan en volgde mijn gepeinsde blik. ‘Jij had toch een hamster?’, vroeg ze en slofte zonder op het antwoord te wachten terug naar haar kamer. Hammie! Oh shit, die was ik helemaal vergeten! Hoe lang moest dat arme beestje al wel niet zonder eten en drinken zitten, om maar even niet aan het scenario te denken dat die pokke-kat Hammie met huid en haar had verslonden. Als een gek begon ik me in de richting van zijn kooi te bewegen. Na een paar flessen, kleren en schoenen opzij gegooid te hebben zag ik zijn hokje. Een naar en misselijk gevoel kroop vanuit mijn tenen omhoog, want daar lag hij…uitgemergeld en morsdood in zijn radje. Het arme beestje had zich letterlijk dood gerend, waarschijnlijk in de waan dat aan het eind van de weg wel wat drinken en eten op hem stond te wachten. Een beetje witjes bleef ik naar Hammie staren en veegde een traan weg. Het was toch wel heel erg confronterend dat dat onschuldige schepseltje onder mijn verantwoordelijkheid gestorven was. Ik had voor hem moeten zorgen en hem niet moeten laten creperen in zijn eigen wc. Hammie moest en zou een waardige begrafenis krijgen, dat was wel het laatste wat ik kon doen. Sjors en zijn prelife-crisis moesten maar tot morgen wachten.
Ik kleedde me aan, smeerde wat mascara op mijn wimpers en riep tegen Sjors dat hij zijn teennagels moest gaan knippen. Daarna snelde ik het huis uit en ging op zoek naar een comfortabele grafkist voor Hammie. Na een paar winkels te hebben gehad en alleen maar dozen te hebben gevonden waar twintig dode pluizenbolletjes in pasten, vond ik het mooi geweest. Bij de supermarkt kocht ik een eenpersoonsbak ijs, een set plastic lepels en liep al etend terug naar huis. Thuis spoelde ik de ijsbak om en liep naar boven. ‘Pien?’ zei ik tegen haar gesloten deur. ‘Wil je ook op Hammie’s begrafenis komen?’ Er kwam geen antwoord, maar ik had geen zin om mezelf te herhalen of om met borden te moeten gooien en liep maar verder. Tot mijn verbazing stond er een kistje voor mijn deur, ingelegd met rood fluweel en bekleed met blauwgebloemde satijnen stof. Er zat een briefje bij, duidelijk afkomstig van Kimli, maar aangezien ik geen Japans begrijp, stopte ik het maar in mijn zak. In mijn kamer legde ik het levenloze lichaampje in het kistje en gooide er wat hamstersnoepjes bij. ‘Nu hoef je nooit meer honger te hebben, Hammie.’ Waar ik mijn gesneuvelde huisdier wilde begraven wist ik nog niet en dus zette ik het grafkistje zolang op de tv.
Door de dood van Hammie werden er mij een paar zaken duidelijk, want zo kon het niet langer. Ik besloot een lijstje op te stellen met dingen die ik nu en in het vervolg ging doen.

  1. Een nieuwe hamster kopen, zodat ik aan een van Hammie’s broertjes of zusjes wel een goed leven kon geven.
  2. Deze zwijnenstal uitmesten en zorgen dat die uitgemest bleef.
  3. Japans gaan leren, anders kon ik Kimli immers niet bedanken voor de prachtige grafkist die ze had gegeven.
  4. Pien alsnog een bord naar haar hoofd gooien, want van mijn huisgenoten eis ik respect voor mijn hamsters.
Bizar genoeg was de tijd voorbijgevlogen en liep het al tegen de avond. Mijn lijstje liet ik op mijn bureau liggen evenals het kistje op de tv. Het enige ding dat ik vandaag nog kon volbrengen, was Pien bekogelen met een bord en dat vond ik dan ook een mooie uitsmijter van de dag. De rest zou morgen komen en ik zou opstaan als een nieuwe ik. Een nieuwe verzorgende, verantwoordelijke, georganiseerde en Japans lerende ik.
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

2/10/2007 - Under construction

Deze site is momenteel aan veranderingen onderhevig. Over een niet al te lange tijd zal www.naomi.tk in de lucht zijn, dus neem af en toe eens een kijkje. Tot die tijd staan er ook teksten van mij op www.noomiej.hyves.nl ...

Tot snel!
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

13/4/2007 - Taxi!

Als vrouw van de wereld, heb ik mijn vrienden verspreid door het hele land zitten. Zelf woon ik in Tilburg en komt het wel eens voor dat ik stad en land afreis om bij mijn geliefde maatjes op bezoek te gaan. Zo ook gisteren.
Direct na mijn stage namen ik en mijn Limburger de trein naar het pittoreske Heerlen, dat gesetteld is in Zuid-Limburg, om de verjaardag van onzer aller Midas te vieren. Na een treinreis van anderhalf uur kwamen wij op de plek van bestemming en hadden het prima naar ons zin. Wat biertjes hier, wat biertjes daar, uit de voor de gelegenheid geregelde Beertender, en scherp de ogen op de klok houden om niet de laatste trein te missen naar ons fijne Brabantse stadje. Met een flinke pas erin, kregen wij het voor elkaar om de trein van elf uur te pakken. In een rustige roes voerde de trein ons naar Eindhoven, waar we, als alles volgens plan liep, de allerlaatste stoptrein konden halen. Zo niet, dan zouden we proberen of de neef van mijn Limburger vanuit Eindhoven ons met de auto kon brengen.
Ikzelf houd doemscenario’s vaak in mijn achterhoofd en deze keer was geen uitzondering. “Zou je niet alvast je neef bellen, om er zeker van te zijn dat áls we vast komen te zitten, we toch nog thuis komen?” sprak ik wijs, waarop mijn vriend antwoordde dat het allemaal wel goed zou komen. Na een flinke vertraging te hebben opgelopen in Sittard, begonnen we ‘m vlakbij Eindhoven te knijpen. Nog 8 minuten en dan vertrekt ‘ie, nog 6 minuten, nog 5, nog 4, nog 3, nog 2, nog 1: GEMIST!!
“En nu? En nu?” schreeuwde ik paniekerig tegen m’n vriend, terwijl hij aan het bellen was, zonder aan de andere kant gehoor te krijgen. “Ik zeg over het algemeen hele slimme dingen, dus luister er nou eens een keer naar! Als je gewoon de kleine moeite had genomen om met mijn abonnement die neef van je te bellen, was hij nog te bereiken geweest en konden we naar huis!” Je zou denken dat in barre tijden mensen nader tot elkaar komen, maar neem van mij aan: dit was niet het geval.
Voor het station stond een rijk aantal taxi’s en ik besloot het erop te wagen. Ik liep naar de dichtstbijzijnde taxi en vroeg aan de kale taxichauffeur: “Hoe duur is het om van hier naar station Tilburg te rijden?” “Zeven tientjes, mevrouw.” Zeven tientjes? Zeven tientjes? Welke idioot heeft één dag voordat de studiefinanciering gestort wordt nou nog zeven tientjes op zijn bankrekening staan? Ondanks dat ik op geen mogelijke manier op dat moment aan zoveel geld kon komen, besloot ik het toch te proberen. Met mijn allermooiste oogopslag en meest suikerzoete stem die ik bezat, vroeg ik hem: “Wij moeten écht vanavond naar Tilburg, maar zo’n fortuin hebben wij nu gewoon niet. Kunnen we niet iets regelen en morgen betalen?”
Of het mijn charmes waren of de hand waarmee de goede man over zijn gouden hart streek weet ik niet, maar binnen vijf minuten waren wij op weg naar huis. Recht voor de deur werden wij afgezet en nummers werden uitgewisseld.
We zijn 70 euro armer, maar één ding weet ik zeker: naar mijn goede adviezen word voortaan wél geluisterd!

0 Comments Post A Comment! Permanent Link

13/4/2007 - Dorst

Met een inhalige hap stopte ik mijn laatste frietjes-speciaal in mijn mond. Een overdaad aan pittige curry droop van mijn vorkje en met ietwat walging staarde ik naar mijn lege bakje. Zo koud als de friet was, zo heet was de dressing die erover heen was gekwakt. Met nog één vijftig in mijn portemonnee en een vol flesje water in mijn tas, overwoog ik om het gewoon te doen. Gewoon een slokje van dat lekkere, ijskoude water nemen om de pittige smaak te verdrijven. Een beetje achterbaks keek ik naar de toonbank. De frietvrouw was druk bezig zout over de doorbakken aardappels heen te gooien en dus zag ik mijn kans schoon. Razendsnel pakte ik mijn flesje, zette het aan mijn mond en nam een grote slok. Ik had het water nog niet eens doorgeslikt of ik hoorde iemand kuchen. “Geen meegebrachte consumpties nuttigen”, zei ze, terwijl ze afkeurend naar mijn flesje keek. “Als je iets wil drinken, moet je maar wat kopen.”
“Sorry mevrouw, maar de curry is zo pittig en ik heb nog maar een vijftig.” Zodra ik het zei, wist ik al dat ik mezelf klemzette. “Nou, dat komt dan mooi uit. Een cola is een veertig”, zei de frietenbakster met een grijns en greep naar haar notitieblokje. Mijn hersenen gingen tekeer, hoe ging ik me hieruit redden? “Ja, dat weet ik, maar dit is het probleem: ik moet zo nog boodschappen doen en daarvoor heb ik dat 50 cent muntje voor nodig, snapt u? En met de overige één euro moet ik sigaretten halen.” De vrouw keek me vreemd aan, alsof ze de informatie die ik haar zojuist had gegeven niet kon verwerken. “Sigaretten? Voor één euro?” Met een blik vol achterdocht keek ze me aan. “Nee”, zei ik, terwijl ik naar de deur liep en deze opentrok, “voor vier euro, maar doordat ik niets hoefde te kopen dankzij mijn zelf meegebrachte water, hoef ik er nu nog maar drie!” Een beetje beduusd liet ik haar achter, pakte mijn flesje en volgde al drinkend de weg naar de dichtstbijzijnde supermarkt.

0 Comments Post A Comment! Permanent Link

25/2/2007 -

Met jou is het leuker

want ik verveel me nooit alleen

lig nooit alleen in bed

en hoef nooit alleen te eten

 

met jou ben ik nooit alleen

en al ben ik in mijn eentje

dan zijn we nog samen

0 Comments Post A Comment! Permanent Link

25/2/2007 - Rood, geel en greun zind de kleur van vasteloavond

Eens per jaar is de bevolking van de provincies met de zachte g niet te houden. Ze maken mij de pies niet lauw, je raadt het al: Carnaval!
Aangezien ik een import-Brabander ben en mijn huis deel met een Limburger, kan ik me er maar beter aan overgeven en er het beste van maken. Dit jaar ben ik voor de derde keer wezen carnavallen en voor de tweede keer in Heerlen. Vorig jaar moesten ik en een vriendin onszelf zien te vermaken van twee tot acht uur in een vreemde stad, met niemand die we kenden en verstonden. Na een vrij korte tijd kwamen we erachter dat we, als we het wilden overleven, een flinke dosis alcohol tot ons moesten nemen. En dat deden we dan ook.

Om drie uur ’s middags werd ik schor, om zes uur ’s middags kon ik helemaal niet meer praten en om 4 uur kroop ik eindelijk in m’n bed. Een jaar geleden ging ik maar een dag en met heimwee naar het meebrallen van Limburgse liedjes, de liters bier die ik tot mij nam en het feit dat ik verkleed mocht zat ik in de trein naar huis.
Dit jaar kende ik de mensen, verstond ik de taal en kende de stad. Wij namen ons voor om vier dagen in Limburg te zijn en maar een dag te carnavallen. (Er is gewoon een werkwoord voor! Ik vind ’t enig.) Dit idee werd al snel geschrapt.
De eerste dag was leuk, maar zaten we er nog niet helemaal in. De tweede ging het al beter en stonden we uiteindelijk 3 uur achter elkaar te dansen op straat. De derde dag gingen we vroeg naar huis, omdat we te gaar waren. De vierde dag gingen we tot het uiterste, maar om in de woorden van Johan Cruijff te spreken, het blijft immers een voetbalblad: ‘Elk voordeel heb z’n nadeel’. Het nadeel van al het besproken feestgedruis is dat m’n vriend en ik nog steeds aan het bijkomen zijn. De een met griep, de ander op het randje ervan. Een kater heb ik gelukkig maar een dag gehad, maar mijn weerstand is momenteel wel onder het vriespunt.

Wellicht een idee: probeer het ook ‘s. Die Zeeuwen moeten de rest van Nederland eens gaan verkennen en waarom niet onze mede-Zuiderlingen? Vergeet het nadeel en denk aan de voordelen:

  1. de hele dag door bier drinken, het mag de gehele carnaval overal
  2. iedereen is dronken, dus valt het niet op dat jij het ook bent
  3. iedereen zoekt ‘genegenheid’ en voor puisterige pubers is dit misschien een uitkomst

en last but absolutely not least: de hoeveelheid fijne herinneringen die je eraan overhoudt.
En die kater? Ach, na het uitgaan in je eigen stad of dorp ben je ook brak, dus waarom zou je het niet verkleed doen?

Alaaf!
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

15/1/2007 -

Hij keek naar haar terwijl ze sliep.

De make-up van de dag ervoor vormde zwarte kringen rond haar ogen.

Ze draaide zich om.

De rode ‘longlasting’ lipstick had een vlek achtergelaten op haar kussen.

Hij bleef naar haar kijken. Zo druk en energiek als ze was overdag, zo rustig was ze als ze sliep.

Hij hield van haar, op elk moment van de dag, maar zo had hij haar het liefst: als ze puur en onschuldig naast hem lag.

Langzaam opende ze haar ogen en schonk hem een glimlach, zoals alleen zij dat kon.

 

Zij keek naar hem terwijl hij sliep.

Hij lag diep onder de dekens, waardoor alleen zijn ogen te zien waren. Een piepend geluidje ontsnapte uit zijn neus.

Zijn haar stond alle kanten op en vormde zich als een vogelnest op zijn hoofd.

Zachtjes streek ze een pluk uit zijn gezicht.

Ze hield van hem, op elk moment van de dag, maar zo zag ze hem het liefst: puur en onschuldig naast haar.

Ze gaf hem een kus.

Hij opende zijn ogen, zag haar gezicht en trok haar tegen zich aan, om vervolgens weer weg te zakken in een diepe roes.

1 Comments Post A Comment! Permanent Link

8/1/2007 - 30-4-'06

Voetbal. Ik heb er eerlijk gezegd niet zoveel mee. Als mensen vragen voor welke club ik ben, antwoord ik meestal dat dat afhangt van het mooie mannen-aanbod. Maar aangezien ik niet zou weten wie op welk moment bij wie speelt, kan ik dus alsnog geen antwoord geven op die vraag.
Laatste tijd kijk ik wat meer voetbal en ben erachter gekomen dat het nog best grappig is. Volwassen mannen die bij de minste of geringste aanraking over de grond gaan rollen en kermen van de pijn. Blijft leuk. Vooral wanneer de scheidsrechter besluit dat het geen overtreding is, moet je eens kijken hoe snel ze dan weer kunnen staan! Geweldig, geen pleister of kusje meer nodig!
Maar pas geleden vond ik het écht leuk. De wedstrijd van Villareal tegen Arsenal. Mijn gedachten waren al aan het afdwalen naar betere oorden toen ik daar ineens een pluizig bolletje wol over het veld zag rennen. En nog één. En nog één! Ik moest eerst twee keer kijken voordat ik doorhad dat ik niet aan het kijken was naar een documentaire over de lokale kinderboerderij, nee, Arsenal was omgeturnd in F.C. Squirrel en rennen dat die beestjes kunnen! Ronaldinho is er niks bij! De enige zorg die ik enigszins had, was dat de nieuwe spelers voor bal aan konden worden gezien en de UEFA in conflict zou komen met de dierenbescherming.
Toen al deze gedachten eenmaal over waren was de wedstrijd al over. Vriendje ook weer blij, mocht ‘ie eens langer kijken dan alleen in de reclame.
Tip voor het voetbal: gooi er een paar dieren bij en de vrouwen blijven kijken en blijven van de afstandsbediening af. Is er weer een mooie win-win situatie gecreëerd. Een kleine stap voor de mensheid, een grote stap in het verkleinen van de kloof tussen dames en heren.
0 Comments Post A Comment! Permanent Link

<- Last Page Next Page ->

About Me

Als schrijfster in spé deel ik hier mijn wel en wee mee...

Links

Home
View my profile
Archives
Email Me